5.1 Financiën
Het financiële beleid van Woonservice is erop gericht om onze investeringskracht op een zodanig peil te houden, dat we onze investeringsopgave kunnen uitvoeren. Om de financiële continuïteit te bewaken werkt Woonservice naast de jaarbegroting met een financieel meerjarenplan, het reglement financieel beleid en beheer, een investeringsstatuut, een treasurystatuut en een treasuryjaarplan. Onze doelstelling is het financierbaar houden van Woonservice tegen zo laag mogelijke kosten en met een zo gering mogelijk en beheersbaar risico.
We bewaken dat Woonservice ook op termijn blijft voldoen aan het Beoordelingskader van de AW en het WSW. Door de goede beheersingsinstrumenten en zorgvuldige besluitvorming heeft Woonservice in 2020 nog steeds een gezonde financiële positie. Door de coronacrisis is een aantal projecten in uitvoering vertraagd, wat een positief effect heeft gehad op het resultaat in 2020.
5.1 Financiële resultaten
Het resultaat vóór afschrijvingen, waardeveranderingen en belastingen over het boekjaar 2020 bedraagt € 14,6 miljoen (2019 € 10,5 miljoen). Het begroot resultaat 2020 was € 11,3 miljoen. De toename met € 3.234.000 is als volgt te verklaren.
Vergelijk resultatenrekening begroting – realisatie (bedragen x € 1.000)
| Omschrijving | Begroting 2020 | Realisatie 2020 | Verschil |
| Bedrijfsopbrengsten: | |||
| - Huren | 35.859 | 35.186 | -673 |
| - Vergoedingen | 1.333 | 1.267 | -66 |
| - Opbrengst verkopen | 984 | 1.239 | 255 |
| - Overige bedrijfsopbrengsten | 71 | 4.026 | 3.955 |
| Saldo Bedrijfsopbrengsten (A) | 38.247 | 41.718 | 3.471 |
| Bedrijfslasten: | |||
| - Lonen, Salarissen en Sociale lasten | 4.246 | 4.165 | 81 |
| - Lasten onderhoud | 8.868 | 9.037 | -169 |
| - Sectorspecifieke heffingen | 4.430 | 3.662 | 768 |
| - Overige bedrijfslasten | 5.705 | 5.722 | -17 |
| Saldo bedrijfslasten (B) | 23.249 | 22.586 | 663 |
| Bedrijfsresultaat voor rente, afschrijvingen, overige waardeveranderingen vast activa en belastingen (A - B) | 14.998 | 19.132 | 4.134 |
| - Rentebaten en Rentelasten | -3.655 | -4.555 | -900 |
| Resultaat vóór afschrijvingen, overige waardeveranderingen vaste activa en belastingen | 11.343 | 14.577 | 3.234 |
Het totale resultaat over het boekjaar 2020, dus na afschrijving, waardeveranderingen en belastingen bedraagt € 40,9 miljoen positief (2019: € 65,2 miljoen positief). Van dit resultaat is € 29,2 miljoen ten gunste van de Herwaarderingsreserve gebracht en € 11,7 miljoen ten gunste van de Overige reserves. In de begroting 2020 is een positief resultaat na belastingen van € 7,7 miljoen begroot. De toename van het resultaat met € 33,2 miljoen wordt grotendeels veroorzaakt door waardeveranderingen in onze vastgoedportefeuille. Deze waardeverandering van de vastgoedportefeuille is ten tijde van het opstellen van de begroting onmogelijk te voorspellen.
Woningcorporaties dienen de marktwaarde in verhuurde staat als waarderingsgrondslag van het onroerend goed in exploitatie te hanteren. Deze waarde weerspiegelt de waarde die een belegger (bijvoorbeeld commerciële partij of pensioenfonds) maximaal bereid is te betalen voor de portefeuille. De portefeuille is gewaardeerd conform het Handboek 2020 voor de marktwaardering, deels op basis van de Basisversie en deels op basis van de Full versie, dus door een externe taxateur. Volgens de wettelijke spelregels moeten wij deze waardefluctuaties verwerken in ons resultaat. Hierdoor lijkt het alsof Woonservice in 2020 een heel hoog resultaat heeft behaald. Echter, het gaat hier om waardeveranderingen, niet om daadwerkelijk ontvangen euro’s. Immers, onze woningportefeuille wordt niet door ons verkocht.
Vergelijk resultatenrekening begroting – realisatie (bedragen x € 1.000)
| Omschrijving | Begroting 2020 | Realisatie 2020 | Verschil |
| Resultaat vóór afschrijvingen, overige waardeveranderingen vaste activa en belastingen | 11.343 | 14.577 | 3.234 |
| - Afschrijvingen op vaste activa | -357 | -323 | 34 |
| - Overige waardeveranderingen vaste activa | -451 | 29.248 | 29.699 |
| - Belastingen | -2.817 | -2.584 | 233 |
| Resultaat na afschrijvingen, overige waardeveranderingen vaste activa en belastingen | 7.718 | 40.918 | 33.200 |
Het resultaat waarop Woonservice min of meer kan sturen, is per saldo € 3.2 mln. hoger dan begroot. Hiervan heeft € 3,7 mln. betrekking op een eenmalige bate. De posten Rentelasten, Overige waardeveranderingen en Belastingen worden beïnvloed door externe factoren, waarop Woonservice nagenoeg geen invloed heeft. De analyse van de verschillen ten opzichte van de begroting worden hieronder op hoofdlijnen toegelicht:
- De lagere huuropbrengst heeft een aantal oorzaken, te weten:
- nieuwbouwplannen zijn later opgeleverd dan begroot, dan wel niet opgeleverd
- door actualisering van de sloopplannen is de derving toegenomen;
- een niet-DAEB complex is begin 2020 verkocht, de huuropbrengsten van dit complex waren voor een heel jaar begroot. - De verkoopopbrengst in 2020 is, met name door verkoop van 63 woningen in Groningen, hoger dan begroot;
- Door een incidentele bate van € 3,7 mln. zijn de overige bedrijfsopbrengsten aanzienlijk hoger dan begroot.
- De lagere personeelskosten (lonen, salarissen en sociale lasten) worden enerzijds veroorzaakt door niet, dan wel later, ingevulde vacatures. Verder zijn de sociale lasten, met name door lagere premiepercentages, lager dan begroot. Tegenover de lagere kosten staan hogere kosten voor ingeleend personeel.
- De hogere lasten onderhoud ontstaan doordat er € 2,3 mln. minder aan onderhoud is uitgevoerd. Maar doordat de activering van het onderhoud € 2,5 mln. lager is dan begroot, zijn de onderhoudslasten in de jaarrekening € 0,2 mln. hoger dan begroot.
- De lagere sectorspecifieke heffingen wordt veroorzaakt door de Vermindering verhuurderheffing wegens nieuwbouw en doordat de saneringsheffing in 2020 niet geheven is door de Autoriteit Wonen.
- De per saldo hogere rentelast wordt veroorzaakt door de (niet beïnvloedbare) mutatie in de waardering van de extendible lening.
- Het verschil tussen de begrootte en werkelijke waardeverandering vaste activa van € 29,7 mln. wordt grotendeels veroorzaakt door de mutatie in de marktwaarde van vastgoedportefeuille. De zogenaamde niet-gerealiseerde waardeveranderingen bedragen ruim € 30,7 mln., begroot was € 4,4 mln. Daarnaast was voor 2020 de sloop van 40 woningen begroot, met een begroot negatief resultaat van € 3,1 mln., maar uiteindelijk zijn er in 2020 zes woningen gesloopt. Verder is door vertraging in de uitvoering van de nieuwbouwplannen, de onrendabele investering in nieuwbouwprojecten ca. € 0,5 mln. lager dan begroot.
- De lagere vennootschapsbelasting is met name het gevolg van de mutatie in de latente belastingvordering.
De bestemming van het resultaat over boekjaar 2020 is als volgt (bedragen x € 1.000):
- Resultaat volgens de resultatenrekening € 40.918
- Ten gunste van de herwaarderingsreserve € 29.193
- Ten gunste van de overige reserves € 11.725
5.2 Assetmanagement
Woningcorporaties dienen als waarderingsgrondslag voor het onroerend goed in exploitatie de marktwaarde in verhuurde staat te hanteren. Deze marktwaarde geeft de waarde die een externe partij bereid is te betalen voor aankoop van de vastgoedportefeuille weer. Om het toezicht op corporaties effectiever en efficiënter te maken hebben de AW en WSW een gezamenlijk beoordelingskader gepubliceerd. De AW en WSW zijn van mening dat de marktwaarde niet kan worden gerealiseerd, omdat corporaties hun vastgoed aanwenden voor sociale huisvesting en niet voor winstmaximalisatie. Het WSW en de AW hebben in het kader van het nieuwe integraal toezichtskader besloten om met ingang van het boekjaar 2018 de in voorgaande jaren gehanteerde bedrijfswaarde te vervangen door een nieuw waardebegrip, de beleidswaarde. De ontwikkeling van de beleidswaarde wordt deels beïnvloed door de ontwikkeling van de marktwaarde in verhuurde staat welke hiervoor is toegelicht, omdat de beleidswaarde de marktwaarde als vertrekpunt neemt. De beleidswaarde, gebaseerd op de methodiek voor de bepaling van de marktwaarde, houdt dus rekening met de maatschappelijk opgave voor beschikbaarheid, betaalbaarheid, kwaliteit en kosten van beheer. De marktwaarde en de beleidswaarde worden bepaald op basis van de uitgangspunten zoals die zijn opgenomen in het waarderingshandboek. [Zie voor meer achtergrond het ‘Handboek marktwaardering 2020’ van MinBZK].
Het jaar 2020 kenmerkt zich net als 2019 door een sterk aangetrokken woningmarkt. Zowel in de koop- als huurmarkt blijft een toenemende interesse bestaan. Voor de vastgoedportefeuille van Woonservice heeft dit tot een stijging van de marktwaarde gezorgd. De totale waarde van de vastgoedportefeuille is met € 31 miljoen gegroeid naar een waarde van € 625 miljoen. Van deze waarde heeft € 301 miljoen betrekking op niet gerealiseerde waardeveranderingen.
De positieve waardeontwikkeling is vooral het gevolg van een verder aangetrokken koopmarkt, waarin de toegenomen vraag en krapte resulteren in een leegwaarde groei van de vastgoedportefeuille. De lage rentestand is hier mede een bepalende factor in. De huurprijsontwikkeling van het sociale vastgoed heeft een neerwaartse invloed gehad op de waardeontwikkeling. Hoewel de ontwikkeling van de contracthuur positief is, blijft deze achter ten opzichte van voorgaande jaren door een gematigde huurverhoging en passend toewijzen. Hiermee wordt invulling gegeven aan de maatschappelijke taak op het gebied van betaalbaarheid.
De beleidswaarde vormt een onderdeel van het Verticaal toezichtsmodel van de AW en WSW. In 2020 is het definitief normenkader vastgesteld. De borgingsruimte wordt door het WSW op basis van een brede analyse van de financiële positie van de individuele corporatie bepaald.
Woonservice heeft een inschatting gemaakt van het gedeelte van het eigen vermogen dat bij ongewijzigd beleid niet of eerst op zeer lange termijn realiseerbaar is. Deze schatting ligt in lijn met het verschil tussen de beleidswaarde van het DAEB-bezit en het niet-DAEB bezit in exploitatie en de marktwaarde in verhuurde staat van dit bezit en bedraagt circa € 318 miljoen. Het verschil tussen de marktwaarde en de beleidswaarde ultimo 2020 bestaat uit de volgende onderdelen:
Dit impliceert dat circa 60% van het totale eigen vermogen niet of eerst op zeer lange termijn realiseerbaar is. Gezien de volatiliteit van (met name) de beleidswaarde, is dit aan fluctuaties onderhevig.
5.2.1 Treasury
De financiële instrumenten van Woonservice omvatten handels- en overige vorderingen, geldmiddelen, leningen, handelsschulden, en overige te betalen posten. In 2018 is de Financieringsstrategie vastgesteld. Onderdeel van deze strategie is dat Woonservice geen derivaten heeft. Woonservice heeft in het verleden een beperkt afgeleid financieel instrument ingezet, te weten één extendible lening met een hoofdsom van € 4.000.000. Woonservice maakt in de normale bedrijfsuitoefening gebruik van uiteenlopende financiële instrumenten die de toegelaten instelling blootstelt aan markt-, valuta-, rente-, kasstroom-, krediet- en liquiditeitsrisico. Om deze risico’s te beheersen heeft Woonservice beleid inclusief een stelsel van limieten en procedures opgesteld om de risico’s van onvoorspelbare ongunstige ontwikkelingen op de financiële markten en daarmee de financiële prestaties van de toegelaten instelling te beperken.
Woonservice is alleen werkzaam in Nederland en loopt geen valutarisico’s. Tevens heeft Woonservice geen aandelen in beurs- en niet beursgenoteerde fondsen en loopt derhalve geen prijsrisico.
De liquiditeitspositie wordt door middel van periodiek opvolgende liquiditeitsbegrotingen bewaakt. Het management ziet erop toe dat er steeds voldoende liquiditeiten beschikbaar zijn om aan de verplichtingen te kunnen voldoen en dat tevens voldoende financiële ruimte beschikbaar is om de begrote projecten uit te kunnen voeren. Het treasurystatuut is in 2020 geactualiseerd. In het treasuryjaarplan worden treasury-acties van Woonservice beschreven. Voor een nadere toelichting van mogelijke risico’s wordt verwezen naar de jaarrekening 2020 onder het hoofdstuk Financiële instrumenten.
5.2.2 Leningen
De omvang van de leningenportefeuille bedraagt ultimo 2020 € 92 miljoen. De gemiddelde rentevoet bedraagt 3,85% en de gemiddelde looptijd 14,5 jaar. In 2020 hebben we een lening van € 10 mln. volledig afgelost. Hiervoor is een lening van € 5 mln. aangetrokken, de overige € 5 mln. is uit eigen middelen voldaan.
5.2.3 Netto kasstroom
De netto kasstroom uit operationele activiteiten (directe methode) ad € 10,7 mln. en de aangetrokken lening van € 5 mln. was ruim voldoende om de contractueel verschuldigde aflossing ad € 11,4 miljoen te voldoen. In het verslagjaar is per saldo € 8,4 mln. uitgegeven aan investeringsactiviteiten. Deze investeringen zijn volledig betaald uit de verkoopopbrengsten.
In onderstaande tabel worden de werkelijke kasstromen uit investeringen en financieringen afgezet tegen de begrote bedragen (bedragen x € 1.000):
| Omschrijving | Begroting | Werkelijk | Verschil | Toelichting |
|---|---|---|---|---|
| 2020 | 2020 | |||
| Investeringen woningen | 9.240 | 5.422 | -3.818 | Gevolg van vertraging in uitvoering nieuwbouwplannen |
| (Strategische) aankopen | 932 | 630 | -302 | Naast terugkoop VoV-woningen zijn er geen strategische aankopen gedaan. |
| Investeringen bestaand bezit | 4.500 | 1.981 | -2.519 | Minder te activeren investeringen dan begroot. |
| Investeringen in eigen bedrijf | 597 | 377 | -220 | De geplande investering in het kantoorpand is nog niet uitgevoerd. |
| Totaal investeringen | 15.269 | 8.410 | -6.859 | |
| Aan te trekken leningen | 12.710 | 5.000 | -7.710 | Met name gevolg van lagere investeringen |
| Aflossing leningen | 11.394 | 11.394 | - | - |
5.3 Governance
Woonservice hanteert de Governancecode Woningcorporaties voor het inrichten van de bestuurlijke organisatie. In 2020 hebben wij de principes en uitwerkingen zoals opgenomen in de Governancecode opgevolgd. Woonservice voldoet aan de criteria voor good-governance. In deze paragraaf verantwoorden wij ons over de inrichting van de governancestructuur binnen Woonservice. Meer informatie hierover vindt u op onze website https://www.woonservice.nl.
Intern toezicht: Raad van Commissarissen
Per 1 januari 2020 geldt de vernieuwde Governancecode. De Governancecode geeft richting aan de manier waarop bestuur en de Raad van Commissarissen hun werk doen. En hoe zij verantwoording afleggen over hun resultaten. De code kent vijf principes:
- Bestuur en RvC hanteren waarden en normen die passen bij de maatschappelijke opdracht.
- Bestuur en RvC zijn aanspreekbaar en leggen actief verantwoording af.
- Bestuur en RvC zijn geschikt voor hun taak en daarop aanspreekbaar.
- Bestuur en RvC gaan in dialoog met belanghebbende partijen.
- Bestuur en RvC beheersen de risico’s verbonden aan hun activiteiten.
Belangrijkste wijzigingen in de vernieuwde Governancecode 2020 zijn dat er een gezamenlijke visie op toezicht is en dat er een aanbestedingsbeleid is waarin de beginselen van aanbesteding worden onderschreven. Woonservice neemt de vernieuwde code als uitgangspunt. In 2020 is er een visie op toezicht opgesteld en er is gestart met een nieuw inkoopbeleid. Begin 2021 worden de besluiten daarover genomen
Integriteit
We verwachten van onze medewerkers dat ze oprecht handelen. We gebruiken daarom een integriteitscode. Deze brengen we steeds onder de aandacht van de medewerkers. Elke medewerker hoort zich aan de integriteitscode te houden. De integriteitscode staat ook op onze website.
In situaties waarbij integriteit in het geding komt, is het belangrijk dat medewerkers zich beschermd voelen wanneer zij bereid zijn (vermoedens van) misstanden binnen de organisatie te melden. Daarvoor hebben wij een klokkenluidersregeling. Deze regeling zorgt ervoor dat dergelijke meldingen serieus en volgens een bepaalde procedure worden behandeld. Maar het meest belangrijke is dat deze regeling ervoor zorgt dat de medewerker die bereid is zijn nek uit te steken en ‘de klok te luiden’ hierdoor persoonlijk geen negatieve gevolgen ondervindt. De klokkenluidersregeling staat op onze website.
5.4 Risicomanagement
5.4.1 Financiële continuïteit
Woonservice heeft het financieel meerjarenbeleid uitgewerkt in een financieel meerjarenplan. Dit actualiseren we ieder half jaar. We hebben diverse scenario’s opgezet waarbij de effecten zijn doorgerekend en waarbij ook de effecten van mogelijke beleidswijzigingen inzichtelijk zijn gemaakt. Het onderstaande scenario gaat uit van de uitgangspunten voor de saneringsbijdrage en verhuurderheffing zoals deze voor de dPi2020 zijn voorgeschreven. De investeringsopgaaf voortvloeiend uit de geactualiseerde Wensportefeuille is eveneens verwerkt in de meerjarenplanning.
Met deze geprognosticeerde investeringsopgaaf voldoet Woonservice op termijn aan de doelstellingen van het Klimaatakkoord. De uitkomsten laten een daling van onze solvabiliteit zien. Op basis van onze meerjarenplanning blijkt dat de omvang van het eigen vermogen tot en met 2025 voldoende is om de doelstellingen die uit onze strategische keuzes zijn ontstaan te realiseren.
Deze prognose, zoals opgenomen in de begroting 2021, is de meest recent vastgestelde meerjarenplanning. Naast de solvabiliteit zijn in het beoordelingskader van AW/WSW de belangrijkste kengetallen de Interest Coverage Ratio (ICR), de Loan to Value (LTV) en de Dekkingsratio. Woonservice hanteert naast deze ratio’s nog een interne norm voor de gemiddelde schuld per woning van maximaal € 35.000. In de meerjarenplanning van Woonservice is het verloop van deze kengetallen:
Meerjarenraming ratio's
| Meerjarenraming ratio’s | 2021 | 2022 | 2023 | 2024 | 2025 |
|---|---|---|---|---|---|
| Solvabiliteit (norm minimaal 20%) | 67% | 63% | 59% | 54% | 50% |
| ICR (Interest Coverage Ratio, norm minimaal 1,4) | 3,53 | 3,91 | 4,88 | 4,83 | 4,69 |
| LTV (Loan to Value, norm maximaal 75%) | 31% | 35% | 40% | 45% | 49% |
| Dekkingsratio (norm maximaal 75%) | 23% | 24% | 26% | 27% | 28% |
| Gemiddelde schuld per woning (norm max € 35.000) | € 18.153 | € 20.719 | € 23.764 | € 27.366 | € 30.287 |
Woonservice wil haar weerstandsvermogen op een zodanig peil houden, dat de continuïteit voor onze huurders gewaarborgd is. De huidige financiële prognoses geven aan dat deze doelstelling, bij ongewijzigde uitgangspunten voor de komende vijf jaren realistisch is.
De economische effecten van de coronacrisis zullen wellicht van invloed zijn op de toekomstige waardeontwikkeling van het vastgoed in exploitatie en het betalingsgedrag van onze huurders. Hiernaast zal de coronacrisis mogelijk een (vertragend) effect hebben op toekomstige nieuwbouwprojecten en onderhoudsactiviteiten. Door de aanwezige financiële buffers verwacht Woonservice de kernactiviteiten de komende periode regulier te kunnen voortzetten. Gezien ons bedrijfsmodel liggen continuïteitsproblemen niet voor de hand om de volgende redenen:
- De huurstromen zijn omvangrijk en goed gespreid.
- De financiële ratio’s zijn goed en bieden de vereiste veiligheidsbuffers.
Daarnaast hebben we niet direct te maken met een liquiditeitsrisico. Aantrekken van liquiditeiten bij de sectorbanken BNG/NWB is nu en naar verwachting ook komend jaar geen probleem. Ook een eventuele rentestijging heeft op korte termijn geen significante invloed op de kasstromen van Woonservice. Zo nodig kan getemporiseerd worden in onderhouds- en investeringsuitgaven om de uitgaande kasstroom en verzwaring van de financieringslast te beperken. Voor nu is het nog te vroeg om te kunnen melden welke maatregelen voor ons het best passend zijn.
5.4.2 Interne risicobeheersing- en controlesystemen
Het bestuur van Woonservice is verantwoordelijk voor de interne risicobeheersings- en controlesystemen, voor het actief managen van de risico’s die de organisatie loopt en voor het beperken van de impact van mogelijke incidenten. Binnen Woonservice is de rol van een onafhankelijke controller ingevuld. De controller valt hiërarchisch onder de directeur- bestuurder en is bevoegd om, indien er naar diens oordeel mogelijk sprake is van conflicterende omstandigheden met een materieel belang, fraude of integriteitsaspecten, zonder tussenkomst van de directeur-bestuurder contact te onderhouden met de voorzitter van de Raad van Commissarissen en de auditcommissie. Daarmee voldoen we aan de eisen van de Woningwet.
Onze risicomanager bewaakt de kwaliteit van het risicomanagementproces. Het risicomanagement is verankerd in de bestaande planning- en controlcyclus, hierdoor is het een structureel onderdeel van de sturing en beheersing van Woonservice. De belangrijkste componenten van ons controlesysteem zijn:
- Toepassen van integraal risicomanagement (inclusief risicoanalyses op de doelstellingen van de organisatie):
- Handleidingen voor de inrichting van de financiële verslaggeving;
- Operationele en financiële auditwerkzaamheden;
- Een klachten- en klokkenluidersregeling;
- Systeem van periodieke monitoring en rapportering;
- Toepassen van een integriteitcode.
Frauderisicoanalyse
Frauderisico’s kunnen zeer schadelijk zijn voor de organisatie. Dit geldt zowel in financiële zin maar ook voor wat betreft aantasting van het imago van de organisatie. Woonservice heeft een frauderisicoanalyse uitgevoerd waarbij onderzocht en getoetst is of procedures fraudeproof zijn. In 2020 zijn de aanbestedingsprocedures beoordeelt en daar waar nodig aangescherpt om het risico op fraude te verminderen. In 2021 wordt een vervolg gegeven aan de frauderisicoanalyse door met alle proceseigenaren interviews af te nemen met als doel potentiële frauderisico’s te identificeren.
Strategische risico's
De strategische risico’s voor Woonservice zijn in veel gevallen tamelijk abstract en beperkt direct beïnvloedbaar. Daarom zijn deze risico’s niet gekwantificeerd. De strategische risico's van Woonservice zijn: Bevolkingskrimp, betaalbaarheid, toekomstige behoeften van de klant, zorgpartijen in financiële problemen, veranderende wet- en regelgeving, kwaliteit en kwantiteit (beschikbaarheid) van personeel (intern en extern) voldoet niet meer aan de eisen, door uitvoering klimaatakkoord komt financiële continuïteit van de corporatie in het geding en de plaatsing van windmolens nabij huurwoningen.
Operationele risico's
Operationele risico’s houden verband met de dagelijkse activiteiten van Woonservice. Hierna volgt per risicogebied een toelichting:
Risicogebied 1: Financiële risico’s
Schuld per woning
Om de continuïteit van Woonservice te borgen, hanteert Woonservice naast de in het toetsingskader genoemde ratio’s een maximale norm voor de gemiddelde schuld per woning van € 35.000 per DAEB verhuureenheid. De in het toetsingskader genoemde ratio’s worden beïnvloed door de waardering van de materiële vaste activa. De marktwaarde van deze activa kan berekend worden met verschillende gecertificeerde pakketten die onderling enigszins kunnen verschillen. De gemiddelde schuld per verhuureenheid geeft een kader, die niet door een waarderingsmethodiek wordt beïnvloed, maar eenvoudig kan worden gerelateerd aan de beschikbare kasstromen.
Saneringsheffing
Door het landelijke borgingsstelsel bestaat het risico van een saneringsheffing. In lijn met vorig jaar heeft Woonservice in de dPi2020 voor de jaren 2021 tot en met 2025 een bedrag voor saneringsheffing opgenomen, dat is gebaseerd op 1% van de totale jaarhuur van de woongelegenheden in het betreffende jaar. Dit geldt voor de jaarhuur binnen zowel de DAEB als de niet-DAEB-tak van de toegelaten instelling. In welke mate deze saneringsheffing daadwerkelijk wordt geheven is niet bekend.
Vermindering verhuurderheffing
Het gewenste aantal nieuwbouw en sloop is opgenomen in de wensportefeuille van Woonservice. De aantallen zijn per jaar gekwantificeerd. Per nieuwbouwwoning is een aanvraag gedaan voor vermindering van de verhuurderheffing. De voorwaarde voor het verkrijgen van de vermindering is dat het een sociale huurwoning betreft met een huurprijs onder de eerste aftoppingsgrens en binnen 5 jaar is gebouwd (gerekend vanaf 1 januari 2020). Voor het verkrijgen van de vermindering verhuurderheffing zijn in 2020 de beschikkingen ontvangen. Indien de geplande sloop en nieuwbouw niet wordt gehaald dan heeft dat directe gevolgen voor het verkrijgen van de vermindering verhuurderheffing. Daarnaast heeft het niet uitvoeren van een nieuwbouwplan gevolgen voor aan te trekken financiering en heeft het fiscale gevolgen.
Bouwstroom
Gezamenlijk met een aantal andere corporaties heeft Woonservice zich gedurende 5 jaar verbonden om nieuwbouwwoningen aan te leveren. In de gezamenlijkheid van de corporaties ontstaat dan een pool van nieuwbouwwoningen die door een aannemer worden gebouwd. Het risico dat Woonservice hierin loopt is de afhankelijkheid van de inbreng van andere corporaties. Tegenover het onvoldoende of niet inbrengen van nieuwbouwwoningen staan financiële consequenties.
Risicogebied 2: Wet- en regelgeving
Flora en fauna
De gevolgen van de aanscherping van de handhaving van de flora- en faunawetgeving zijn merkbaar. Hierdoor konden we in 2020 slechts een beperkt aantal sloopplannen uitvoeren. Dit betekent ook dat de vervangingsinvestering later plaatsvindt. De voorbereidingstijd voorafgaand aan de sloop bedraagt nu circa 2 jaar. Dit is een risico met betrekking tot de haalbaarheid van planning. En het heeft impact op de organisatie en financiering. Om dit risico te beperken hebben we verschillende maatregelen genomen. We hebben de interne processen aangepast, de projecten vanuit de Wensportefeuille gedetailleerder in kaart gebracht en vervolgprojecten starten we eerder op. Zowel de bewonerscommunicatie als de aanvraag van de flora- en faunaonderzoeken hebben we naar voren gehaald.
Risicogebied 3: Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG)
Regelmatig worden medewerkers ingeschakeld om informatie te verstrekken en invulling te geven aan de actiepunten vanuit AVG-oogpunt. We hebben veel aandacht besteed aan het vergroten van de bewustwording bij medewerkers en om onze ICT-platformen AVG-proof te krijgen. In 2020 hebben wij een phishingtest uitgevoerd en de resultaten en aandachtspunten met de medewerkers besproken. Daarnaast hebben we om cyberrisico’s te mitigeren onder andere een cyberriskverzekering afgesloten.
Actuele gebeurtenis: coronacrisis
Het coronavirus heeft een stevige impact op de maatschappij. Voor Woonservice leidt corona niet tot onoverkomelijke organisatorische en/of financiële problemen. En de financiële continuïteit is niet in het geding. Ook betalingsproblemen van huurders als gevolg van corona hebben wij nauwelijks gezien.
Als grootste risico’s zien wij waardedaling van activa, uitval van medewerkers, vertraging van bouw- en renovatietrajecten, betalingsproblematiek bij huurders, uitstel van onderhoud en langere leegstand van verhuurde eenheden.
5.4.3 Benchmarken
Een belangrijke manier om de resultaten van de eigen organisatie te beoordelen is het zogenaamde benchmarken. Daarbij worden de eigen resultaten en prestaties afgezet tegen vergelijkbare organisaties. In de onderstaande paragrafen doen we verslag van een aantal belangrijke benchmark- en beoordelingsresultaten.
Autoriteit woningcorporaties
De AW heeft in haar toezichtbrief aangegeven dat zij, op basis van haar risicogerichte benadering, geen aanleiding ziet om Woonservice integraal te onderzoeken. Dat betekent dat de AW geen interventies oplegt of nadere toezichtafspraken heeft gemaakt.
Aedes Benchmark
In de Aedes benchmark 2020 heeft Woonservice op de verschillende prestatievelden onderstaande resultaten behaald:
| Huurdersoordeel | B |
| Bedrijfslasten | B |
| Duurzaamheid | B |
| Onderhoud & Verbetering | A |
| Beschikbaarheid & Betaalbaarheid | A |
Hoewel een positieve ranking in de Aedes-benchmark geen doel op zich is, zijn de scores mooi. We zijn ons bewust van de verantwoordelijkheid die we dragen, daar waar het over de besteding van publieke middelen gaat. We streven dus altijd naar zo laag mogelijke bedrijfslasten. Tegelijkertijd hebben we ook onze doelen te bereiken, die recht doen aan het belang van onze huurders. Kijkend naar onze ambities, schatten we in, dat we onze bedrijfslasten in de komende jaren op niveau B kunnen houden.
Stichting Waarborgfonds Sociale Woningbouw
De Stichting Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW) heeft geconcludeerd dat het risicoprofiel van Woonservice laag blijft. Woonservice voldoet aan de eisen van kredietwaardigheid en het WSW heeft de borgbaarheidsverklaring verstrekt. Op grond van deze borgbaarheidsverklaring kan Woonservice gebruik maken van de faciliteiten van het WSW, als aan de voorwaarden voor borging wordt voldaan. In 2020 is één nieuwe lening met WSW-borging afgesloten en één lening volledig afgelost. De leningenportefeuille bedraagt per 31 december 2020 € 92 miljoen.